Saron Petronilia is schrijfster en VW-coach www.petronilia.nl en www.leveninbewustzijn.nl
Volg de
schemertaal van je intuïtie!
Intuïtie
is in, intuïtie is hip. Vandaag de dag geef je zelfs gewicht aan je mening of
beslissing als je die is ingegeven door je intuïtie. ‘Oh la la, tegen intuïtie
valt niet op te boksen’, deinst je opponent terug. Intuïtie valt nu eenmaal nauwelijks te
betwisten. Het is net zo persoonlijk als smaak. Het is zelfs zo dat als je je intuïtie
niet serieus neemt, je ietwat meelijwekkende blikken krijgt. ‘Wat? Loop je nog
te plussen en te minnen met voor- en nadelen? Volg toch je intuïtie! Dat biedt
snel soelaas.’
Er zijn nog maar weinigen die vandaag de dag durven te schamperen over het
profijt dat je kunt hebben van het volgen van je intuïtie. Nog niet eens zo
heel lang geleden moest je je mening of beslissing met feiten, rugnummers – zeg
maar met wetenschappelijke onderbouwde kennis – kunnen staven. Als je geen
‘bewijs’ kon ophoesten, bezigde je geklets.
Stiekempjes
was je het misschien wel eens met deze opvatting. Wat betekende het nou dat jij
een gevoelentje had? En nog afgezien daarvan: Je wilde eenvoudigweg niet worden
weggezet als ‘zwever’. In het beste geval werd intuïtie bestempeld als een typisch
vrouwelijk fenomeen. Maar hoe ingenomen kon je daarmee zijn? Je vrouwelijkheid stond
buiten kijf, maar werd die kwaliteit nou zo hoog geacht?
In de jaren negentig van de vorige eeuw besloot ik dat het tijd werd om mijn intuïtie te gaan trainen. Ik stond in die tijd, werkzaam als journalist, bol van de feiten en rugnummers. En alle feiten en rugnummers checkte ik om die vervolgens nog eens te dubbelchecken. Uit mijn pen vloeide weinig ‘vaags’.
Cijfers en komma’s verschuiven
Ik had vooral op persoonlijk vlak last van mezelf: en maar cijferen, komma’s verschuiven en zelden ronduit kunnen zeggen dat ik pal stond achter mijn besluit of voor mijn mening. Er viel altijd iets op af te dingen en altijd iets te pleiten voor…
Steeds vaker drongen herinneringen uit mijn kindertijd zich aan me. Ik liet me destijds met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid leiden door mijn onberedeneerbare maar niet te ontkennen gevoelentjes: ik vond het bijvoorbeeld vrij gewoon dat er een onzichtbaar ‘iemand’ met me meeliep naar mijn slaapkamertje. Ik maalde er niet om dat de deurkrukken in mijn beleving naar beneden gingen voordat ik die had aangeraakt.
Ik
kon zelfs vertellen WIE dat deed.
Behalve
oude herinneringen kon ik ook redelijk jonge opmerkingen van vrienden en
kennissen ‘terughoren’. Ik had zo raak iets ‘getypeerd’, ‘voorspeld’ of
‘geadviseerd’. In mijn opinie had ik ‘maar iets geroepen’. Die opmerkingen
knaagden aan me. Dus besloot ik ‘kennis’ op te doen over intuïtie. Ik toog naar
een instituut die een vierjarige intuïtietraining bood, schreef me in en werd er
een kritische student.
Het
heeft nog tot jaren na de opleiding geduurd voordat ik durfde te vertrouwen op
mijn eigen intuïtie. Te vaak heb ik achteraf moeten zeggen: ik wist het wel… Ik
lag gevoelsmatig in een spagaat tussen mijn intuïtie en mijn kennis en koos
‘veiligheidshalve’ voor de laatste. Maar vandaag de dag volg ik met opgewekt
gemoed mijn intuïtie meer dan ooit. Het is naar mijn mening zelfs een kwestie
van emotionele intelligentie geworden. Hoe vaak wil ik me nog stoten aan
dezelfde steen? Waarom zou ik wel op de signalen van een ander vertrouwen maar
niet op de signalen van mijzelf?
Maar
wat is intuïtie eigenlijk?
Voor mij is dat de uitslag van onbewust (innerlijk) beraad dat als een vage
sensatie opduikt in je bewustzijn. Het is vaag omdat we niet gewend zijn er
echt naar te luisteren, laat staan er waarde aan te hechten. We zijn er zelfs
beter in allerlei signalen te negeren en
ons over te geven aan het hectische leven van alledag.
De
Amerikaanse journalist Malcolm Gladwell beschrijft indringend de vaagheid én de
grote waarde van intuïtie met een voorval in zijn boek ‘Intuïtie, de kracht van
denken zonder erbij na te denken’:
“Een kunsthandelaar benadert begin jaren tachtig vorige eeuw het J. Paul Getty
Museum in Californië. Hij heeft een marmeren standbeeld uit de zesde eeuw voor
Christus in de aanbieding. Voor het museum is het helemaal gave standbeeld van
een naakte jongeling om van te likkebaarden: er bestaan er tweehonderd ter
wereld en de meeste ervan zijn zwaar beschadigd…
Als je intuïtie nu al zegt dat het standbeeld een fake is, dan heb je het bij het rechte eind, maar lees verder…
Het museum is geïnteresseerd, maar niet helemaal onbesuisd. Het onderwerpt het beeldhouwwerk aan grondig onderzoek. Er komen een hoge resolutie-stereomicroscoop, elektronen-microscoop, elektronen-microsonde, massaspectrometrie, röntgendiffractie en röntgenfluoriscentie aan te pas om te bepalen dat dit standbeeld geen vervalsing kan zijn. Een oudere kunsthistoricus bekijkt het ‘kunststukje’. Zijn ogen blijven ‘haken’ achter de vingernagels van de marmeren jongeling. Hij kan niet zeggen waarom, maar volgens hem is er iets mis met het standbeeld. Een vooraanstaand expert op het gebied van Griekse beeldhouwkunst reageert op de enthousiaste opmerking van de museumbeheerder dat het standbeeld binnenkort van het museum zal zijn met de woorden: ‘Dat vind ik jammer’. Ook zij kan niet zeggen waarom. Ze heeft een intuïtief besef dat er iets mis is met het beeld. Het eerste woord dat bij een derde kenner opkomt als hij het beeld ziet is ‘fris’. En ‘fris’ is een aparte reactie op een standbeeld dat meer dan tweeduizend jaar oud zou zijn.. Hij heeft echter geen ‘feiten en rugnummers’.
Om een lang verhaal niet nog langer te maken: het standbeeld bleek ondanks de uitslagen van moderne apparatuur een vervalsing. Kenners ‘wisten’ dat intuïtief. Uiteindelijk heeft nog veel meer onderzoek ‘de wetenschappelijke onderbouwing’ gegeven aan de intuïtieve oprispingen van de kenners.”
In je onbewuste ligt alles opgeslagen
Dit
waargebeurde verhaal illustreert het ‘beraad’ van je onbewuste dat ‘vage’ uitslagen
geeft in de vorm van sensaties. En die sensaties noemen we intuïtie. In je
onbewuste ligt alles opgeslagen:
opvoeding, opleiding, vaardigheden, emoties, ervaringen en ervaringskennis, en
noem maar op. Je hebt gedurende je leven je ‘lessen’ geleerd en gelukkig kun je
daarop, dankzij je onbewuste, rekenen en voort borduren. Als je eenmaal kunt
lopen, bijvoorbeeld, denk je niet meer na over hoe je het ene been voor het
andere moet zetten.
Veel,
heel veel doen we uit de macht der gewoonte. (Ik zou zeggen: de macht van het
onbewuste.) Er zijn zelfs wetenschappelijke onderzoeken die laten zien dat wij
mensen ons voor hooguit vijf/zeven procent bewust zijn van bijvoorbeeld ons
gedrag. Heb jij bewust gekozen voor de plek waar je nu mijn verhaal zit te
lezen? Was je je ervan bewust dat je je hand door je haar haalde of even aan je
neus zat? Of ging verzitten? Heb je echt de smaak van je thee geproefd? Heb je
bewust je wenkbrauwen gefronst? Op de keper beschouwd, volgen we onze intuïtie
aan de lopende band…
Er
zijn wetenschappelijke onderzoeken die laten zien dat je uitstekend in staat
bent de kleur van je tandenborstel te kiezen, maar dat je de grotere
beslissingen in je leven – huis, schilderij, auto, kind – beter aan je onbewuste kunt overlaten omdat
die je steevast de kortste weg wijst naar je geluk. De Nederlandse hoogleraar
Psychologie Ap Dijksterhuis laat in zijn boek ‘Het slimme onbewuste, denken met
gevoel’ weinig heel van de macht van onze mentale vermogens.
Dus volg je intuïtie! Zet jezelf open voor uitslagen in de vorm van sensaties uit jouw innerlijke computer. Die wikt en weegt. En vang ‘berichten’ op die normaliter langs je heengaan. Dat kun je doen door je gevoeligheid voor de vage sensaties die je onbewuste uitzendt te vergroten. Ik noem die sensaties ook wel schermertaal of innerlijke stem. Een enkel keertje als ‘alles ‘ blijkt te kloppen, noem ik het zelfs de stem van mijn ziel (anderen spreken van de stem van God…).
Je ‘hoort’ die stem beter als je je aandacht erop richt. Bijvoorbeeld door dagelijks een kwartiertje vrij te maken voor stilzijn of voor een scan met je innerlijk oog langs je lichaam. Je af te vragen waarom je voelt wat je voelt, en erop te vertrouwen dat het eerste antwoord dat in je opkomt jouw waarheid is.
Wat blijft is dat er in je onbewuste ook nogal wat ruis is opgenomen. Onplezierige ervaringen en emoties, belemmerende overtuigingen en dergelijke kunnen gemakkelijk ‘intuïties’ opleveren die je willen behoeden voor toekomstige vervelende ervaringen. Het is een kwestie van het kaf van het koren scheiden: simpel maar niet gemakkelijk. Simpel maar niet gemakkelijk. Daarom kunnen er zoveel instituten opbloeien om jou dat te leren. Het vraagt heel veel zelfonderzoek en ausdauer.
Wat jou rest is steeds opnieuw risicootjes te nemen. En succeservaringen op te doen met het volgen van je intuïtie. Niet bij de eerste de beste tegenvaller stoppen maar doorgaan met het verzamelen van succeservaringen. Je eigen schemertaal word je dan duidelijker, wordt klare taal. Dat maakt het gemakkelijker die taal te volgen, hetgeen weer bijdraagt aan het gevoel dat jij, jouw allerdiepste ik (of iets hogers…), leiding geeft aan jouw leven.
Saron
Relevante thema's op de agenda zijn: Volg je intuïtie en Op je gevoel









